“Jeugdprofessionals willen graag het goede doen”

Gz-psycholoog en systeemtherapeut in opleiding Marnix Loer vindt ‘niet weten’ heel waardevol voor zijn vak. Maar hij weet wél dat beleid altijd gekoppeld moet zijn aan de uitvoering en de mensen om wie het gaat. Daarom let hij in het netwerk vooral op de betekenis voor de werkvloer.

Marnix werkconferentie

Enorm bevlogen

Omdat jeugdprofessionals op zoveel verschillende plekken te vinden zijn, hebben elf verschillende beroepsverenigingen de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd opgericht, als een soort gezamenlijke stem.” vertelt Marnix, die zelf bij KOOS in Utrecht werkt. “Het valt mij op dat jeugdprofessionals allemaal enorm bevlogen zijn en graag het goede willen doen. “Tegelijkertijd weerhouden allerlei randzaken hen daarvan: de hoeveelheid administratie, samenwerkingsproblemen met andere disciplines, de werkdruk en de wachtlijsten. En doordat ze binnen de kostprijs moeten blijven, kunnen ze niet voldoende tijd nemen voor leren op de werkvloer en reflecteren op wat ze aan het doen zijn.”

Dialoog

Via beroepsverenigingen is een deel maar lang niet alle jeugdprofessionals te bereiken, zegt hij. “Bovendien heb je ook al die verschillende perspectieven en belangen. Iedereen wil het beste voor de jeugd, maar heeft eigen ideeën over wat daarvoor nodig is. In de samenwerking kan dat soms botsen of schuren. We doen ons werk in dialoog met cliënten. Wij brengen onze professionele kennis in en cliënten geven aan wat zij waardevol vinden. En daar moeten we het dan samen over eens worden.”

Dezelfde taal

Volgens Marnix zijn professionals enthousiast over het netwerk Kwaliteit en Blijvend Leren “Het is een enorme kans om bestaande netwerken met elkaar te verbinden.” Als voorwaarde daarvoor ziet hij het hanteren van dezelfde taal. “Pas dan kunnen we het hebben over de kwaliteit en de kennis die we daarvoor nodig hebben.”